Ga naar inhoud

MKController Dashboard 3.0: Volledige Gids

Samenvatting
Dashboard 3.0 verandert MKController in een operationele ‘mission control’: flexibele weergaven (Kaart/Lijst/Mapa), slimme filters, klikbare indicatoren, gedeelde weergaven en geautomatiseerde e-mailrapporten. Deze gids neemt je mee door elk onderdeel en laat zien hoe je altijd terug kunt naar het vorige dashboard.

MKController Dashboard 3.0: Volledige Gids

Dashboard 3.0 (in de gebruikersinterface Panel genoemd) is een laag operationele intelligentie. In de praktijk helpt het je om je vloot sneller te zien, segmenteren en handelen—zonder vijf spreadsheets en een zesde zintuig nodig te hebben.

Afbeelding 1

Korte samenvatting: Zie Dashboard 3.0 als de “groepschat” van je netwerk. In plaats van iedereen te vragen “ben je online?”, toont het direct wie online is, wie stil is en wie je duidelijk negeert.

Wat Dashboard 3.0 mogelijk maakt

Dashboard 3.0 is ontworpen voor echte operaties, niet alleen “mooie monitoring.” Het helpt je om:

  • Aangepaste weergaven te bouwen die aansluiten op je bedrijfsregels (projecten, klanten, locaties, apparaattype).
  • Niet alleen routers te monitoren, maar het hele aangesloten ecosysteem eromheen.
  • Problemen eerder te signaleren en “tijd tot alarm” te verkorten.
  • Reactietijd te verbeteren en consistente routines voor teams te creëren.
  • Visuele, analytische en geografische perspectieven uit dezelfde data te halen.

Zo denk je erover

Dashboard 3.0 draait om een simpele cyclus:

  1. Kies een weergave (Kaart, Lijst of Map).
  2. Segmenteren met filters (standaardvelden + aangepaste attributen).
  3. Meten met indicatoren (Big Numbers).
  4. Handelen (klik-om-te-filteren, apparaten openen, taken toewijzen, rapporteren).
  5. Verpakken als een Weergave (gedeeld dashboard) en levering automatiseren via Rapporten.

Als je deze cyclus in gedachten houdt, maakt elke functie zin.


1) Kaartmodus (snel, visueel, operationeel)

Korte samenvatting: Kaartmodus is je “Netflix-browse scherm” voor apparaten—behalve dat je hier geen shows binget, maar problemen bingevindt.

Kaartmodus is ideaal voor een snelle operationele scan:

  • “Wat ligt eruit?”
  • “Welke locaties zien er verdacht uit?”
  • “Zijn de core-routers stabiel?”
  • “Schreeuwt ergens de CPU 100%?”

Gebruik Kaartmodus voor triage, dagelijkse controles en een eerste analyse.

Dashboard 3.0 Card mode showing device cards and top filters (source screenshot: Dashboard 3.0 - Card.png)

Hoe elke kaart is opgebouwd

Elk apparaat verschijnt als een kaart. Het doel is snelheid:

Elk apparaat verschijnt als een kaart. Het doel is snelheid:

  • Status is visueel duidelijk. Groen is goed, Rood offline (energie- of internetprobleem), en geel is een waarschuwing. Klik erop om te controleren.
  • Belangrijke metrieken zijn zichtbaar zonder de apparaatdetails te openen.
  • Je kunt aanpassen wat wordt getoond om aan te sluiten bij wat jouw team belangrijk vindt (zie 5 - Aangepaste Attributen).

Dashboard 3.0 Card mode showing device cards and top filters (source screenshot: Dashboard 3.0 – Card.png)

Best practices voor Kaartmodus

  • Gebruik Kaartmodus als een “verkeerslichtscherm” voor operaties.
  • Houd kaartregels gefocust op actiegerichte info (vermijd overbodige velden).
  • Gebruik filters + indicatoren samen zodat de kaarten alleen tonen wat nú belangrijk is.

Kaartmodus aanpassing: apparaatdata + verbonden randapparatuur

Korte samenvatting: Hier stopt een router met “gewoon een router” en wordt het de “ouder” van een hele familie apparaten. Ja, dat is een grote verantwoordelijkheid.

Een kernidee van Dashboard 3.0 is dat een “hoofd” apparaat (zoals een MikroTik) vaak andere kritieke assets ondersteunt:

  • Toegangsdeuren
  • Camera’s
  • Toegangscontroleapparatuur
  • Alle verbonden apparaten die je kunt monitoren

In plaats van elk apart te controleren, kun je de essentie binnen dezelfde kaart tonen.

Configureren wat op de kaart verschijnt

Device configuration screen showing monitoring schedule and card customization (source screenshot: Mikrotik - Configuração do Dispostivo (atributos padrões).png)

In Apparaatconfiguratie (soms standaard attributen genoemd) kun je kiezen wat de kaart belicht. Veelvoorkomende voorbeelden:

  • Firmwareversie
  • Actieve waarschuwingen
  • CPU-gebruik
  • Geheugengebruik
  • Totaal aantal verbonden apparaten

Hoe kies je de juiste velden

  • Is je team technisch? Toon prestaties en versies (CPU, geheugen, firmware).
  • Is je team operationeel? Toon beschikbaarheid en waarschuwingen (status, actieve waarschuwingen).
  • Beheer je klantomgevingen? Toon identificaties (locatie, project, asset-ID).

Tip: Als een veld niet helpt bij de volgende actie, verdient het waarschijnlijk geen kaartruimte.

Tip 2:

Niet alle apparaten bieden dezelfde diepgang in aanpassing. Let bijvoorbeeld op dat een UniFi-apparaat niet dezelfde velden heeft.

Dashboard 3.0 Card mode showing device cards and top filters (source screenshot: Dashboard 3.0 – Card.png)

Randapparatuurmonitoring aan dezelfde kaart toevoegen

Het doel is “beschikbaarheid in één oogopslag” van alles wat afhankelijk is van de hoofdrouter.

Voorbeeldscenario In een appartementencomplex kan één router de hub zijn voor:

  • Routerstatus
  • Toegangsdeurstatus
  • Camerabeveiligingssysteemstatus

Als een bewoner klaagt “de toegangsdeur werkt niet,” kun je:

  1. Het dashboard openen.
  2. De apparaattaart bekijken.
  3. Meteen zien welk onderdeel down is.

Minder telefoontjes. Minder giswerk. En minder “het werkt op mijn laptop.”


2) Lijstmodus (diepgaande analyse, rapportage, exports)

Korte samenvatting: Lijstmodus is de spreadsheet die je eigenlijk leuk vindt. Het is nog steeds een tabel, maar het oordeelt niet als je 27 keer filtert.

Lijstmodus is bedoeld voor gedetailleerde operationele analyse:

  • Grote netwerken
  • Velden dubbelchecken
  • Data exporteren voor rapportage
  • Rolgebonden “views” bouwen voor verschillende teams
Dashboard 3.0 List mode with table columns like status, site, CPU, memory and firmware (source screenshot: Dashboard 3.0 - List.png)

Wat je kunt doen in Lijstmodus

  • Apparaten tonen in een tabel (kolommen van jouw keuze).
  • Gegevens herschikken en prioriteren passend bij je operatie.
  • De tabel exporteren (handig voor audits, SLA-bewijzen en teamsamenwerking).

Praktische kolomindelingen (copy-paste ideeën)

Technisch team (diagnose)

  • Status
  • CPU
  • Geheugen
  • Firmware
  • Verbonden clients/sessies
  • Laatst gezien

Operationeel team (beschikbaarheid)

  • Status
  • Beschikbaarheid
  • Actieve waarschuwingen
  • Locatie / regio / project
  • “Afgekoppeld door” (indien van toepassing)

Managementweergave (overzicht)

  • Status
  • Beschikbaarheid (laatste 7 dagen)
  • Aantal getroffen locaties
  • Offline apparaten

Opmerking: Lijstmodus is meestal de plek om te bevestigen “Is dit echt een trend?” nadat Kaartmodus een probleem signaleert.


3) Mapmodus (geografische operaties en patroonherkenning)

Korte samenvatting: Mapmodus is waar je ontdekt dat “alles in orde is” eigenlijk betekent “alles staat in brand… maar alleen in die ene wijk.”

Mapmodus geeft een geografisch overzicht van je operatie:

  • Waar apparaten verspreid zijn
  • Welke regio’s onstabiel zijn
  • Clusters offline apparaten die upstream problemen suggereren
Dashboard 3.0 Map mode with colored markers indicating online, alert and offline devices (source screenshot: Dashboard 3.0 - Map.png)

Hoe status wordt weergegeven

Dashboard 3.0 gebruikt intuïtieve kleuren:

  • Groen: online
  • Geel: waarschuwing
  • Rood: offline

Wanneer Mapmodus het meest nuttig is

  • Multi-site operaties (bouw, franchises, vestigingen).
  • Residentiële/appartementencomplexen met verspreide units.
  • Project-gerichte uitrol waarbij locatie telt.

Een praktische “kaart troubleshooting” workflow

  1. Schakel over naar Mapmodus.
  2. Pas een filter toe (bijv. “Project = X” of “Omgevingssoort = Bouw”).
  3. Zoek clusters van gele/rode markeringen.
  4. Zie je een cluster, vermoed gedeelde afhankelijkheden (ISP segment, stroom, upstream router).
  5. Klik op apparaten in het getroffen gebied en bevestig wat er veranderd is.

4) Filters (maak van een lijst apparaten een operationeel hulpmiddel)

Korte samenvatting: Filters brengen je van “ik heb 2.000 apparaten” naar “ik heb precies die 17 apparaten die ik nu belangrijk vind.” Het is bijna magie, maar minder sprankelend.

Filters vormen de ruggengraat van Dashboard 3.0. Ze stellen je in staat apparaten te segmenteren met:

  • Standaard MKController-attributen (vendor, locatie, naam, status, beschikbaarheid)
  • Je eigen aangepaste attributen (asset-ID, regio, omgevingssoort, enz.)
Filters bar and quick filters area used to segment devices by site, status, provider and more (source screenshot: Filters.png)

Waarom filters belangrijk zijn

Met filters kun je:

  • Dashboards bouwen per klant, project of regio
  • Alleen kritieke apparaten monitoren
  • SLA meten per groep
  • Tijd tot diagnose van incidenten verkorten
  • Rol-specifieke schermen creëren

Eenvoudig filterrecept

  1. Begin met een brede segmentatie (bijv. Locatie, Vendor, Apparaattype).
  2. Voeg een operationele conditie toe (bijv. Status = Offline, Beschikbaarheid < 95%).
  3. Sla het op als een Weergave als je het vaker gebruikt.

Tip: Is je filter te breed, dan raak je overweldigd. Is het te smal, dan mis je patronen. Streef naar “actiegericht bereik.”


5) Aangepaste Attributen (je operationele DNA)

Korte samenvatting: Aangepaste Attributen zijn waar je MKController de “rare namen van jouw bedrijf” leert. Want elk bedrijf heeft ze. Ja, ook dat van jou.

Aangepaste Attributen laten je de realiteit van je organisatie modelleren:

  • Projecten
  • Asset-tags
  • Regio’s
  • Apparaatrollen
  • Omgevingssoorten (bouw, appartement, woning, evenement)

Ze worden hier aangemaakt: Instellingen → Panel → Attributen

Custom attributes list with button to create a new attribute (source screenshot: Atributos Customizáveis.png)

Attribuuttypes

1) Vrije tekst Gebruik voor unieke, niet-standaard data:

  • Asset-ID / voorraadcode
  • Interne ticketreferenties
  • Aangepaste ID’s

2) Dropdownlijst (vooraf gedefinieerde waarden) Gebruik voor standaardisatie:

  • Apparaattype (camera, toegangspoort, printer, router)
  • Groep
  • Affiliatie
  • Beschikbaarheidscategorie
  • Omgevingssoort (bouw, appartement, woning)

Verplicht vs optioneel

Je kunt een attribuut markeren als:

  • Verplicht: moet ingevuld worden bij het toevoegen/adopteren van een apparaat.
  • Optioneel: kan later ingevuld worden.

Dit is governance. Simpel gezegd: jij kiest hoe streng je data zijn.

Tip: Maak alleen de “must-have voor operaties” verplicht. Te veel verplichte velden vertraagt de adoptie.


6) Indicatoren (Big Numbers) + klik-om-te-filteren acties

Korte samenvatting: Indicatoren zijn die grote cijfers waar managers blij van worden. Het verschil: in Dashboard 3.0 maken ze ook technici blij, want je kunt erop klikken en echt iets doen.

Indicatoren zetten gefilterde data om in KPI’s waar je op kunt acteren. Er zijn vier hoofdtypen:

Create Indicator modal with indicator types: Status, Availability, Alerts and Connections (source screenshot: Criar Indicador.png)

A - Statusindicatoren

Toont hoeveel apparaten online vs offline zijn binnen een filter.

Gebruik het voor

  • “Hoeveel liggen er eruit in dit gebied?”
  • “Heeft het incident veel apparaten geraakt of maar één?”

B - Beschikbaarheidsindicatoren

Toont gemiddelde beschikbaarheid van een groep over een periode (bijv. laatste 7 dagen).

Gebruik het voor

  • SLA-meting per klant
  • Kwaliteitstrends per regio of project
  • Bewijs voor incidentreviews

C - Waarschuwingindicatoren

Toont hoeveel waarschuwingen actief zijn en hoeveel apparaten aandacht nodig hebben.

Gebruik het voor

  • Prestatieproblemen (hoge CPU, veel geheugen)
  • Verlies van communicatie
  • Terugkerende instabiliteit

D - Verbindingsindicatoren

Toont verbindinggerelateerde KPI’s (bijv. ARP-verbindingen, PPPoE-sessies).

Gebruik het voor

  • “Leeft deze locatie maar is leeg?”
  • “Droppen sessies?”
  • “Is gebruikersvolume normaal?”

Klik-om-te-filteren (de “actie-laag”)

Dit is het grote verschil: indicatoren zijn interactief.

Als je op een Big Number klikt:

  1. Past MKController automatisch de corresponderende filter toe.
  2. Wordt je naar een gefilterde lijst apparaten geleid.
  3. Houdt het systeem je gekozen weergave (Kaart/Lijst/Map) aan.

Voorbeeld Je klikt op “4 Offline” → je ziet meteen alleen die 4 apparaten.

Dat is het dashboard dat werkt als een bedieningspaneel, geen poster.


7) Weergaven (opgeslagen dashboards voor teams)

Korte samenvatting: Weergaven zijn je “opgeslagen spelstand.” Je hoeft het dashboard niet steeds opnieuw te bouwen—tenzij je het leuk vindt om te lijden. Sommige mensen wel. Wij oordelen nauwelijks.

Weergaven bundelen:

  • Filters
  • Indicatoren
  • Regels en selecties in een herbruikbaar dashboard-“pakket”.
Create View modal with name field and option to make it visible to all users (source screenshot: Criar Visão.png)

Hoe maak je een Weergave

  1. Maak de indicatoren die je nodig hebt.
  2. Stel je filters in.
  3. Klik op Weergave maken.
  4. Geef een naam.
  5. Kies zichtbaarheid.

Openbare vs privé weergaven

  • Zichtbaar voor alle gebruikers: ideaal voor operationele en managementdashboards.
  • Privé: handig voor persoonlijke onderzoeken of tijdelijke analyses.

Bewerkingsregels (belangrijk voor teamrust)

  • Alleen de eigenaar van de weergave kan bewerken.
  • Updates gelden voor iedereen met toegang.

Tip: Noem weergaven als mappen: specifiek, saai en voorspelbaar. “Camera’s — Zuid Regio” werkt beter dan “Mijn Coole Dashboard.”


8) Routines (Geautomatiseerde rapporten via e-mail)

Korte samenvatting: Routines zijn de manier van het dashboard om te zeggen: “Ontspan. Ik stuur de update wel. Ga water drinken.”

Routines zetten een Weergave om in een terugkerend e-mailrapport. Je kunt dagelijkse/weekelijkse/maandelijkse updates plannen voor je team.

Ze vind je hier: Instellingen → Panel → Rapporten

Create Report screen showing report name, linked view, frequency and processing time (source screenshot: Criar Relatório.png)

Hoe maak je een routine/rapport

  1. Ga naar Instellingen → Panel → Rapporten.
  2. Klik op Panel.
  3. Klik op Maak Rapport.
  4. Selecteer Rapporttab.
  5. Definieer:
    • Rapportnaam
    • Gekoppelde Weergave
    • Frequentie (dagelijks/weekelijks/maandelijks)
    • Verwerkingstijd (volgt de tijdzone in Instellingen → Bedrijf)
    • Kies ontvangers: alle gebruikers, of specifieke gebruikers.

Na opslaan verschijnt het rapport in een beheertabel.

Gebruik de testknop vóór livegang

Stuur een testmail om:

  • Lay-out en inhoud te controleren
  • Ontvangers te bevestigen
  • De weergave indien nodig aan te passen

Wat de e-mail bevat (en waarom het nuttig is)

Een routine-e-mail bevat:

  • Een overzicht van alle indicatoren in de gekozen weergave
  • Automatische vergelijking met de vorige vergelijkbare periode
    (vandaag vs gisteren, deze week vs vorige week, etc.)
  • Een directe knop die de weergave snel opent voor de ontvanger

Die vergelijking is goud waard voor:

  • Trendzichtbaarheid
  • SLA-bewijs
  • “Gaan we vooruit of hebben we het vooral druk?”

Terugschakelen naar het oude dashboard (en hulp krijgen)

Als je iets niet bevalt aan Dashboard 3.0, heb je twee veilige opties:

Optie A: Terugschakelen naar de vorige versie

Op het Apparaten-scherm (waar je Kaart/Lijst/Map ziet), zoek de toggle met label “Dashboard 2 versie” (een schakelaar vlakbij de bovenkant van de pagina). Zet hem aan om terug te keren naar de oudere layout.

toogle to change back the dashboard version

Optie B: Neem contact op met support (aanbevolen)

Soms is een “probleem” gewoon een ontbrekende weergave, filter of attribuutontwerp. We helpen je het correct te modelleren.

👉 Neem contact op met ons team via WhatsApp.